Inductie en deductie

 

Inductie

Om trance op te wekken (te induceren), maken we gebruik van een inductie. Het doel van een inductie is voorbij het kritisch denken komen. Er zijn verschillende soorten inducties, denk aan:

  • Shock inductie (waarbij door een verrassingseffect voorzien van ‘Slaap!’ trance geïnduceerd wordt)
  • Fysieke inductie (waarbij er een lichamelijke actie wordt gebruikt)
  • Verwarringsinductie (er wordt verwarring gecreëerd)
  • Conversationele inductie (conversationele hypnose gebruiken om iemand in trance te praten)

Inducties (of delen daarvan) worden vaak gecombineerd om tot een krachtig geheel te komen (zoals de Dave Elman inductie, een bekende en effectieve inductie). Daarnaast worden delen van inducties ook wel als verdieper gebruikt, of andersom. Een shock effect kan bij diverse soorten inducties gebruikt worden, al zal het bij bijvoorbeeld een progressieve relaxatie weer minder passen.

Hypnotiseurs hebben vaak wel een voorkeur voor bepaalde inducties, maar het is verstandig om diverse inducties eigen te maken. Ieder mens is tenslotte anders, en op deze manier weet je zeker dat je de juiste technieken beheerst om de ander in trance te brengen.

Deductie

Het is niet mogelijk om in trance te ‘blijven hangen’. Wanneer de hypnotiseur stopt met het begeleiden van de cliënt, zal deze vroeg of laat vanzelf weer uit trance komen. Gewoonlijk wordt er wel een deductie gebruikt om ook dit proces te begeleiden.

Het is fijn om de deductie wat aan te passen op de lengte/diepte van trance. Na een lange sessie zal een vingerknip om de ander uit trance te halen, een stuk abrupter voelen dan deze rustiger terug te tellen. Ook hierbij hebben hypnotiseurs vaak wel een voorkeur; de een telt terug van 3 naar 0, de ander omhoog van 1 naar 5.